Kennisgeving

zondag, 08 januari 2012 19:44
Afdrukken

(Bron: TC Tubantia, 21 december 2011)

De minister van infrastructuur en Milieu heeft op 9 december 2011 (kenmerk: IENM/BSK- 2011/161472) de beslissing genomen de procedure op basis van de Tracéwet te starten om een wijziging in het landelijke spoorwegnet door te voeren. Het betreft de corridor tussen Eist en Oldenzaal/grens. Het voornemen heeft betrekking op het mede geschikt maken van de sporen in deze corridor voor meer goederenvervoer en de inpassing van de sporen in de omgeving. De minister van Infrastructuur en Milieu heeft het voornemen opgevat voor dit project een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Het doel van deze procedure is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming.

Waar gaat het om?

Het project is de uitwerking van de Voorkeurs¬beslissing over het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) van de Minister van Verkeer en Waterstaat (Kamerstuk 32 404, nr. 1) over de routering van goederentreinen tussen Eist en Oldenzaaligrens. In overeenstemming  met de Voorkeursbeslissing wordt een pakket aan inpassingsmaatregelen uitgewerkt dat nodig is om de verwachte groei van het goederenvervoer op de bestaande spoorlijnen tussen Eist en Oldenzaal/grens mogelijk te maken. Tevens wordt een keuze voorbereid uit vier tracévarianten tussen Zutphen en Hengelo. Als ondersteuning voor de besluit¬vorming wordt de mer-procedure in twee fasen gevoerd. De spoorvarianten die worden bestudeerd in het MER 1e fase zijn:

•             de aanleg van een lange verbindingsboog bij Deventer en westelijk van Bathmen;

•             de aanleg van een lang-lange verbindings¬boog bij Deventer en oostelijk van Bathmen;

•             kopmaken te Deventer (waarbij de rijrichting van een goederentrein wordt gewijzigd);

•             het opwaarderen van de Twentekanaallijn (Zutphen - Lochem - Hengelo).

 Het MER 1 e fase wordt medio 2013 afgesloten met de keuze door de minister van Infrastruc¬tuur en Milieu van een tracévariant tussen Zutphen en Hengelo. In het MER 2e fase wordt vervolgens een studie verricht naar een opti¬male inpassing van de bestaande spoorlijnen van Eist tot Oldenzaal/grens, inclusief de spoor¬variant tussen Zutphen en Hengelo waarover de minister dan een besluit heeft genomen. Dit wordt nader uitgewerkt in een Tracé besluit.

Het MER 1 e fase wordt medio 2013 afgesloten met de keuze door de minister van Infrastructuur en Milieu van een tracévariant tussen Zutphen en Hengelo. In het MER 2e fase wordt vervolgens een studie verricht naar een optimale inpassing van de bestaande spoorlijnen van Eist tot Oldenzaal/grens, inclusief de spoorvariant tussen Zutphen en Hengelo waarover de minister dan een besluit heeft genomen. Dit wordt nader uitgewerkt in een Tracébesluit.

Tracéwetprocedure

Op het genoemde project is de Tracéwet van toepassing. De genomen aanvangsbeslissing betekent dat de procedure op basis van de Tracéwet wordt gestart. Na de aanvangsbeslissing volgt het ontwerp tracé besluit. De Minister van Infrastructuur en Milieu is het bevoegd gezag voor het vaststellen van het ontwerptracé besluit. De lokale besturen worden bij de voorbereiding van het ontwerptracé besluit betrokken: Tevens zijn informatiemomenten voorzien om ook de omgeving bij de voorbereiding te betrekken. Het opstellen van het tracé besluit , en het voeren van overleg met de bestuurlijke' omgeving zijn opgedragen aan ProRail:

Mer-procedure

De Minister van Infrastructuur en Milieu zal voor dit project een MER laten opstellen. De mer procedure start met deze kennisgeving van het voornemen en het uitbrengen van een ontwerp notitie Reikwijdte en Detailniveau (ontwerp notitie. R&D). Hierin wordt het project nader beschreven en aangegeven welke varianten in het MER worden onder¬zocht, en met welke diepgang.

Mogelijkheden voor inspraak

Een ieder wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de ontwerp notitie R&D. Daar¬naast worden de adviseurs en bestuursorganen, die bij de voorbereiding van het tracé besluit moeten worden betrokken, geraadpleegd over de ontwerp notitie R&D. De ontwerp notitie R&D wordt voor advies voorgelegd aan de Commissie voor de milieueffectrapportage. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties en reacties van de genoemde instanties wordt de definitieve notitie R&D vastgesteld. Op basis van deze definitieve notitie R&Q worden de feitelijke milieuonderzoeken uitgevoerd. De ontwerp notitie R&D zal gedurende een periode van 12 weken vanaf 22 december 2011 tot en met 15 maart 2012 ter inzage worden gelegd op de volgende locaties:

•             de bibliotheek van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in Den Haag;

•             de gemeentehuizen (en diverse bibliotheken) van Oldenzaal, DinkeIland, Losser, Hengelo, Borne, Almelo, Wierden, Rijssen-Holten, Deventer, Hof van Twente, Lochem, Zutphen, Brummen, Rheden, Arnhem, Overbetuwe en Renkum;

•             de provinciehuizen van Overijssel en Gelderland;

•             de waterschapshuizen van Groot Salland, Veluwe, Rijn en Ijssel en Regge en  Dinkel;

Gedurende deze termijn kunt u op de genoemde locaties naast de ontwerp notitie

 R&D ook de letterlijke tekst van de aanvangs¬beslissing' inzien. Beide documenten zijn ook te raadplegen en te downloaden op: www.prorail.nl/phs en op www.rijksoverheid.nl/phs.

Gedurende de periode waarin de ontwerp notitie R&D ter inzage ligt worden langs de corridor tussen Eist en Oldenzaal grens diverse inloop avonden georganiseerd. De data en locaties van de inloop avonden kunt u vinden op www.prorail.nl/phs.

Hoe kunt u uw zienswijze geven?

U kunt gedurende de gehele zienswijze periode schriftelijk of mondeling uw reactie geven op de ontwerp notitie R&D GON.

Uw schriftelijke reactie kunt u sturen naar:

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Programma Hoogfrequent Spoorvervoer T.a.v. mevrouw C. van Schaik

Kamer D03.13

Postbus 20901

2500 EX Den Haag

Indien u mondeling wilt reageren, kan dit via het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Mevrouw C. van Schaik, telefoon 070 456 7374.

Wat gebeurt er met uw reactie?

De minister van Infrastructuur en Milieu betrekt de ingediende zienswijzen en reacties van de adviseurs en bestuursorganen bij de vaststelling van de definitieve notitie R&D, die de basis zal vormen voor het op te stellen MER.

De definitieve notitie R&D zal in het voorjaar van 2012 worden gepubliceerd.