Zorgen over toename geluid langs spoor

maandag, 18 april 2011 19:07
Afdrukken

(Bron: TC Tubantia, 9 april 2011)

B en W van Hof van Twente maken zich zorgen over de toename van de geluidsbelasting langs het spoor. Er is geen vertrouwen in maatregelen van het Rijk die ervoor moet zorgen dat het geluid niet structureel toeneemt. Het college is bang dat dit juist wel gebeurt.

Waar het om gaat is het wetsvoorstel Swung. Dat is ontwikkeld om omwonenden beter te beschermen tegen spoorweggeluid. Het Rijk meent hiermee een balans gevonden te hebben tussen de bescherming van omwonenden tegen geluid van treinverkeer op het railnet en de groei van het verkeer over dezelfde spoorwegen.


De minister wil een geluidsplafond vaststellen, gebaseerd op de bestaande situatie. Daarbovenop komt een speelruimte ('werkruimte') van anderhalve decibel, vanwege de te verwachten toename van het spoorwegverkeer. De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel stelt dat de werkruimte van anderhalve decibel ook echt werkruimte moet zijn. Het mag niet leiden tot een structurele toename van de geluidsbelasting. De geluidsproductie over een langere tijd genomen moet gemiddeld ongeveer gelijk blijven aan de heersende geluidsbelasting op het moment van de invoering van de wet. Minister Melanie Schulz van Infrastructuur en Milieu vindt dat hiermee verschillende belangen goed tegen elkaar zijn afgewogen.

Het college van Hof van Twente is er echter niet gerust op, zo blijkt uit een reactie. ,,De formuleringen in het wetsvoorstel lijken één en ander niet te verankeren. De vrees bestaat dat het uitgangspunt dat de werkruimte niet mag leiden tot een structurele toename van de geluidsbelasting een dode letter zal blijken. Deze vrees wordt gestaafd door de voornemens in het kader van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) en het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen.
Om de voorgenomen goederenroutes door Oost Nederland mogelijk te mnaken, moeten de volledige geluidsproductie-plafonds inclusief de werkruimte worden benut. Uit niets blijkt dat er het voornemen is om de geluidsbelasting op termijn terug te dringen naar het nu heersende niveau." Het college van burgemeester en wethouders vindt dat er een gerede kans is dat langs veel spoorwegen de 'plafonds' voor geluid volledig worden opgevuld en dat er een structurele toename van de geluidbelasting ontstaat van anderhalve decibel. Daar komt nog bij dat langs trajecten waar door lacunes in de huidige Wet Geluidhinder al een hoge geluidbelasting heerst, deze situatie gelegaliseerd wordt. Daar komt dan nog eens een speelruimte van anderhalve decibel bij.


De gevolgen zijn groot. Voor het traject Zutphen-Goor-Hengelo betekent dit dat zonder geluidsmaatregelen elke dag één goederentrein van twintig bakken overdag of in de avond zou kunnen rijden, bij een ongewijzigde dienstregeling van de reizigersdienst. Indien dit volledig 'stille goederentreinen' zouden zijn, kunnen er maximaal twee goederentreinen van dertig bakken overdag of in de avond rijden. Dit kunnen in beide gevallen treinen met gevaarlijke stoffen zijn.